|
Zelfverdediging in gebaren
Interview met Malousch Köhler
Nieuwsbrief Zelfverdediging, december 1999
MARIJKE FONKE
Toen Malousch Köhler een jaar of twaalf geleden op een muziekfestival in de Verenigde Staten was, zag zij bij veel optredens doventolken aan het werk. Zij was zo onder de indruk van de gebarentaal dat zij die in Nederland ging leren. Vervolgens was het voor haar als zelfverdedigingsdocente een logische stap om ook aan doven les te gaan geven. Dat doet zij nu al tien jaar.

Aanpak
In het begin organiseerde Malousch samen met stichting Kenau cursussen, maar dat bleek niet de beste weg om deze doelgroep over de drempel te krijgen. Ze ging informatiebijeenkomsten geven voor dove vrouwenorganisaties. Door met hen samen te werken, kan zij de vrouwen stimuleren zelf cursussen te organiseren. Zo worden meer vrouwen bereikt.
In de loop der jaren is haar naam in de dovenwereld bekend geraakt en wordt zij bijvoorbeeld door dovenscholen benaderd om bij hen les te komen geven. Dat doet zij zowel aan kinderen als tieners, tot ongeveer negentien jaar. Het hangt van de school af of het programma op zichzelf staat of dat het is ingebed in een groter geheel van preventie van intimidatie, pesten en dergelijke. In Sint-Michielsgestel liep een uitgebreid programma voor doofblinde tieners, waarvan zelfverdediging een deel uitmaakt. Er liggen plannen om dit in de toekomst ook voor andere groepen te doen.
In dit kader merkt Malousch op dat er tevens aan gedacht wordt om het Marietje Kesselsprogramma aan te passen aan diverse handicaps, zodat de cursus voor meer kinderen toegankelijk wordt.
Malousch heeft zich flink voorbereid voor haar werk met doven. Tijdens de vervolgopleiding voor leraressen zelfverdediging kreeg ze de kans om zich in deze doelgroep te verdiepen. Ze maakte een werkstuk over dove vrouwen, ging praten met doven, keek op dovenscholen hoe daar bijvoorbeeld de gymlessen werden aangepakt en las veel. Ook nu praat zij regelmatig met ex-cursisten om te weten hoe de lessen op hen overkomen en wat zij ermee doen.
"Het mooiste zou zijn als dove vrouwen zelf les kunnen geven. Zover is het nog niet, hoewel er in Duitsland twee dove vrouwen zijn die mij assisteren bij mijn cursussen daar."

Duitsland
Sinds drie jaar verzorgt Malousch ook cursussen voor dove vrouwen en meisjes in Duitsland. "Het is leuk om daar weer terug te zijn, in het bijzonder om ook weer in Berlijn les te geven. Daar kom ik oorspronkelijk vandaag maar ik woon al veertien jaar in Nederland. Toen ik werd uitgenodigd om in Duitsland les te komen geven kende ik geen Duitse gebarentaal. De eerste keer had ik dus een tolk erbij, maar die zat al na halve dag voornamelijk aan de kant. Intussen ben ik het dus gaan leren, maar mijn handen moeten altijd 'even omschakelen'. Nu geef ik een keer of zes per jaar les, tweedaagse trainingen aan dovenscholen of weekenden voor plaatselijke organisaties van dove vrouwen. Tegelijk leidt ik vrouwen op om verder te gaan met het lesgeven, er is veel meer vraag dan ik in mijn eentje aankan. Er zijn nu bijvoorbeeld in Bremen twee trainsters die de taal hebben geleerd en die de lessen daar nu hebben overgenomen."
Ze laat een aantal knipsels zien waaruit blijkt dat de Duitse pers, zowel plaatselijke kranten als dovenorganen, veel aandacht aan haar cursussen besteedt. De journalisten zijn vooral onder de indruk van de energieke bewegingen en expressieve uitstraling die de vrouwen laten zien.

Verschillen
Hoewel de cursussen voor een deel lijken op de bekende zelfverdediging, noemt Malousch ook een aantal inhoudelijke verschillen.
"Schreeuwen is bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel dat anders opgebouwd moet worden dan bij horende groepen. Veel doven of slechthorenden hebben hun eigen stem nooit gehoord en denken dat die raar klinkt. Ze hebben dus een grote drempel om hun stem te gebruiken. Als ze eenmaal hebben ervaren hoeveel energie daarbij vrijkomt gaat het meestal beter."
Malusch heeft gemerkt dat het meestal niet werkt om lange gesprekken over abstracte begrippen te voeren, bijvoorbeeld over grenzen. Beter kunnen de vrouwen alles zelf doen en ervaren. Vooral bij kinderen is het belangrijk om de oefeningen in kleine tussenstapjes op te bouwen.
Een andere factor om rekening mee te houden is dat dove vrouwen soms helemaal niet gewend zijn om iets alleen te doen of ergens heen te gaan. Tegelijk moeten zij wel veel reizen omdat activiteiten voor doven op verspreide locaties plaatsvinden. Zij voelen zich vaak afhankelijk van partners of begeleiders.
Wat in de cursussen naar voren komt is dat veel doven ervaring hebben met situaties waarin zij niet serieus genomen of uitgelachen worden. Omdat Malousch soms als enige horende in een gezelschap van doven verkeert en dus haar stem niet gebruikt, nemen buitenstaanders aan dat zij ook niet hoort. Op die manier heeft zij ervaren dat er soms spottende of beledigende opmerkingen gemaakt worden.
"Vaak denken dove vrouwen dat zij veel kwetsbaarder zijn dan horenden, omdat zij de stem van een eventuele aanvaller niet horen. Dat is waar, maar aan de andere kant is het ook een voordeel. Zij zijn veel beter getraind in het lezen van de lichaamstaal en laten zich niet, zoals horenden, afleiden door de woorden die iemand gebruikt. Het is soms juist een valkuil voor horenden dat iemand iets anders zegt dan hij bedoelt. Ik zeg tegen dove vrouwen dat ze gebruik moeten maken van die kennis."
"In de les is het ook belangrijk om er rekening mee te houden dat dove vrouwen meer angst hebben voor aanvallen van achteren, omdat ze iemand niet horen aankomen. Die oefeningen moeten dus altijd aan bod komen, ook als er wegens tijdgebrek dingen afvallen."

Het tempo van de cursus ligt in veel gevallen lager dan bij horende groepen, omdat de communicatie meer tijd vergt. Vooral in groepen waarin zowel doven zitten als slechthorenden of mensen die op latere leeftijd doof zijn geworden, moet er op verschillende manieren gecommuniceerd worden. Met de een via gebarentaal, met de ander in gesproken vorm met ondersteunende gebaren, anderen horen wel iets als je dicht bij hen staat. Soms is er dan een doventolk nodig, hoewel Malousch het liefst zonder tolk werkt. Dat is veel directer en bovendien kennen niet alle tolken de begrippen uit de zelfverdediging.
Zij geeft ook les aan doofblinden. "Dat is een verzamelnaam. Er zijn maar weinig mensen die zowel helemaal doof als helemaal blind zijn. Het uitdagende van die groep is om te onthouden met wie je op welke manier moet communiceren. Zij hebben bij een speciale bewegingsweek meestal wel per persoon een begeleider. Tenslotte kan ik niet met meerdere mensen tegelijk communiceren via vier-handengebaren, vingerspelling in de handpalm en grote gebaren in de lucht, om maar een paar manieren te noemen."

Droombaan
De uitdaging om zich zo beeldend en visueel mogelijk uit te drukken, maakt deze lessen voor Malousch steeds weer boeiend. "Het is soms een lastige doelgroep, maar ook erg leuk!"
Op de BWZ-studiedag in 1992 fantaseerde Malousch over haar toekomst. "Het leek me toen ideaal om structureel op dovenscholen te kunnen werken. Ik dacht niet dat het een erg realistische droom was, maar het is toch uitgekomen!"
Een groot voordeel van haar werk vindt Malousch de enorme vrijheid die ze heeft. Ze kan de lessen die zij geeft zó plannen dat zij er af en toe een tijdje tussenuit kan. Omdat ze een van de weinige docentes met deze specialisatie is, wacht de doelgroep gewoon tot zij terug is.
Op het moment dat deze Nieuwsbrief verschijnt, is Malousch voor vier maanden naar Thailand vertrokken. "Een pauze in mijn werk doet me erg goed. Ik geef al vijftien jaar les en dit is een manier om het vol te houden. Na zo'n reis heb ik er weer zin in en als ik dan voor de groep sta, voel ik me echt op mijn plek."

|